Archivering

Omdat opslag met hoge prestaties vrij duur kan zijn, wordt minder gebruikte data vaak naar minder dure opslag verplaatst. Dit wordt meestal gedaan door opslag in meerdere lagen, zogenoemde ‘tiers', in te richten. Het verplaatsen van data uit de snelle online opslag naar een andere laag wordt archivering genoemd.

Dit proces kan volledig op opslagniveau worden uitgevoerd, waarbij data op blokniveau naar een langzamere en minder dure set van schijven wordt verplaatst. Als de data dan weer wordt gebruikt wordt het terug verplaatst naar de snelle ‘storage tier'. Gebruikers en applicaties kunnen alle data gewoon benaderen omdat het altijd online blijft staan.

Een andere manier om data te archiveren is door een datamanagementoplossing te laten beslissen welke data moet worden verplaatst. Dit kan worden gedaan op file-, mail- of databaseobjectniveau. Het voordeel van een dergelijke oplossing is dat de data daadwerkelijk uit het systeem wordt verplaatst, meestal een zogenoemde ‘stub' achterlatend ter referentie voor gebruikers en applicaties. Dat betekent dat bij het benaderen van de data, deze eerst van de andere locatie moet worden teruggeplaatst. Dit kan enige tijd in beslag nemen. Aan de andere kant wordt de actieve dataset aanzienlijk verkleind en dit kan de benodigde back-uptijd behoorlijk beperken.

 

pqr dynamisch datacenter